Hoogste bestuursrechter zet streep door intrekking gezinsbijstandsuitkering!

Mijn cliënten (een man en een vrouw) ontvingen een bijstandsuitkering voor samenwonenden: een gezinsbijstandsuitkering. Zo’n uitkering is hoger dan een uitkering voor een alleenstaande, maar is (uiteraard) lager dan twee keer een alleenstaande-uitkering omdat je nu eenmaal samen kosten kunt delen. Wat was er in deze zaak aan de hand? De man was in het buitenland opgepakt en kon door zijn detentie niet terug naar Nederland. Dit had (logischerwijs) gevolgen voor zijn bijstandsuitkering. Omdat hij, langer dan voor een vakantie gebruikelijk is, in het buitenland verbleef, had hij immers geen recht meer op een bijstandsuitkering. Intrekking van zijn uitkering viel dan ook te verwachten. De beslissing van de betreffende gemeente was echter anders: in plaats van alleen de uitkering van de man in te trekken, werd de gehele gezinsuitkering ingetrokken(!) Maar de vrouw zat gewoon nog in Nederland, kon helemaal niets doen aan de detentiesituatie in het buitenland, en was voor haar inkomsten natuurlijk nog steeds afhankelijk van een bijstandsuitkering.

“Probleem van de vrouw”, zei de gemeente, want dan had de vrouw maar zelf een nieuwe uitkering moeten aanvragen, omdat zij duurzaam was gescheiden van de man door de detentie. Ook de rechtbank Rotterdam gaf de gemeente – na een aanvankelijk scherpere toon op zitting – hierin gelijk. Gelukkig zag onze hoogste bestuursrechter het anders:

Uit 4.7 volgt dat het college er ten onrechte van uit is gegaan dat reeds vanwege het verblijf van appellant buiten Nederland de aan appellanten over de hier te beoordelen periode verleende bijstand naar de norm voor gehuwden diende te worden ingetrokken wegens wijziging van de leefvorm. Het bestreden besluit berust dan ook op een onjuiste grondslag. Daarmee is tevens de grondslag aan de terugvordering over deze periode komen te ontvallen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigen.
Nu dient de gemeente alsnog na te gaan waarop het recht op bijstand moet worden bepaald rekening houdende met het inkomen van de echtgenoot. Nu dat waarschijnlijk nihil is geweest (want in detentie), betekent dit hoogstwaarschijnlijk dat zij alsnog een bijstandsuitkering als alleenstaande verstrekt zal krijgen. Wordt uw uitkering – om wat voor reden dan ook – stopgezet? Ga dan altijd naar een advocaat en laat uw situatie beoordelen nu de ervaring leert dat dit vaak loont.

 

Deze zaak is door de Centrale raad van beroep gepubliceerd op rechtspraak.nl onder het nummer: ECLI:NL:CRVB:2017:543

Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

Opvarenden van Zr.Ms. Pelikaan vergeten?

Defensie bracht recentelijk het nieuws naar buiten dat het marinepersoneel van het Patrouilleschip Zr.Ms. Holland de Herinneringsmedaille kreeg voor de humanitaire hulpverlening bij Haïti in oktober 2016.

Tijdens deze operatie stonden er door de orkaan Matthew in het westen van het eiland amper nog gebouwen en bomen overeind en was er behoorlijk veel werk te verzetten en noodhulp te verlenen. Niet alleen het Patrouilleschip Zr.Ms. Holland, was daar echter actief, maar ook het bevoorradingsschip Zr.Ms. Pelikaan. Deze bemanning begrijpt daarom niet waarom zij niet worden genoemd?

Het gaat hen niet zozeer om de medaille, want die gaat wel vaker aan een militair voorbij en daar doe je het niet voor, maar om het gebaar.

U bent geïnformeerd!

Hein Dudink/Defensieadvocaat

Lees meer

De bevoegdheden van particuliere forensische onderzoeksbureaus

Regelmatig staan er in de krant en op het internet artikelen over particuliere forensische onderzoeksbureaus die een fraudeonderzoek hebben gedaan bij een bepaalde organisatie. Zo stond er recentelijk in het Haarlems Dagblad een artikel over het forensisch onderzoekbureau Integis uit Velsen-Zuid dat onderzoek heeft gedaan bij de voormalige Santpoortse jeugdzorg instelling OCK het Spalier.

Kenmerkend voor deze particuliere forensische onderzoeksbureaus is dat zij stellen criminaliteit op te sporen en bestrijden. Maar zijn criminaliteitsbestrijding en opsporing niet werkzaamheden die specifiek thuishoren bij de politie? Zijn deze onderzoeksbureaus überhaupt bevoegd tot zulke onderzoeken? Hoe ver mogen zij gaan in hun onderzoek.

De politie dient zich immers aan strenge regels te houden ten aanzien van bijvoorbeeld bewijsvergaring. Voor veel onderzoeksmethoden van de politie is toestemming van de rechter-commissaris vereist, maar particuliere forensische onderzoeksbureaus hoeven die toestemming niet te vragen. En dat terwijl particuliere forensische onderzoeksbureaus bijvoorbeeld e-mailverkeer onderzoeken door middel van speciale ‘spy software’. Ook heimelijke observatie door middel van camera’s, het opnemen van gesprekken, het betreden van niet openbare (besloten) plaatsen en het aftappen van telefoongesprekken zijn middelen die niet geschuwd worden door particuliere forensische onderzoeksbureaus.

En wat zijn de rechten en plichten van u als betrokkene? Bent u verplicht om mee te werken aan een onderzoek? Heeft u, zoals in het strafrecht ,het recht om te zwijgen? Moeten betrokkenen er door de onderzoekers op gewezen worden dat ze al dan niet tot antwoorden verplicht zijn?

Gelukkig zijn er wetten en regelgeving om de onderzoeksdrift van deze particuliere forensische onderzoeksbureaus te begrenzen en de rechten van betrokkenen beschermen. Daarnaast heeft de brancheorganisatie van de particuliere forensische onderzoeksbureaus heeft zichzelf gebonden aan een gedragscode. De vraag is echter of de particuliere forensische onderzoeksbureaus zich ook houden aan deze regelgeving.

Als er tegen u een onderzoek is ingesteld door een particulier forensisch onderzoeksbureau en u wilt weten wat uw rechten en plichten zijn of als u wilt dat er bij de bespreking van de onderzoeksresultaten een advocaat aan uw zijde staat, neem dan gerust contact met mij op.

Wijnand Westerman, advocaat,

e-mail: wgwesterman@dudinkstarink.nl,

telefoon: 0251-224646.

Lees meer

Kansloos? In ieder zaak zit wel wat!

Ook al lijkt een zaak kansloos te zijn: in ieder zaak zit wel wat. Laat u daarom als u verdachte bent in een strafzaak, altijd bijstaan door een advocaat. Ook in dit geval bleek die keuze te lonen.

Ons kantoor stond een meneer bij die in Nederland aan de politie een reisdocument liet zien dat niet echt was. De politie had dit door en arresteerde meneer. Het vluchten naar Nederland was voor onze cliënt de enige optie gelet op de situatie in het Midden-Oosten.

In dit geval leek het er echter op dat we weinig voor meneer konden betekenen: hij had bekend en uit onderzoek bleek dat het reisdocument vervalst was. Advocaat mr. Robbert Poort zag gelukkig wel mogelijkheden. Het bleek dat het openbaar ministerie ervoor had gekozen om meneer te vervolgen voor het voorhanden hebben van een vals document (artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht). Maar laat er nou juist voor deze situatie een speciaal artikel in de wet te zijn opgenomen, namelijk: het voorhanden hebben van een vals reisdocument (artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht). Dat (subtiele) verschil maakte in deze zaak echter wel veel uit!

Want in de wet staat nu eenmaal dat wanneer er voor een bepaaldelijk gedraging een specifiek artikel voor een verbod in de wet is opgenomen, het openbaar ministerie niet mag kiezen om het algemene verbod ten laste te leggen. Dat was in deze zaak wel gedaan. Mr. Poort voerde dan ook aan dat meneer moest worden ontslagen van rechtsvervolging omdat deze fout was gemaakt. En dat gebeurde. In dit geval leverde dat voor meneer hetzelfde op als een vrijspraak, met een opheffing van de voorlopige hechtenis tot gevolg. Het openbaar ministerie is in hoger beroep gegaan, maar dat maakt deze cliënt niet uit: door deze blunder was hij immers alweer op vrije voeten..

Ook al lijkt uw zaak uitzichtloos, vaak zijn er dus wel mogelijkheden. Kortom: in ieder zaak zit wel wat, laat u dus altijd bijstaan door een specialiseerde advocaat!

Mr. Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

Handboeien bij Burgerarrest?

Via onze website kregen wij de vraag of je bij een burgerarrest handboeien mag gebruiken.

Op grond van artikel 53 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering is eenieder bevoegd om een verdachte aan te houden wanneer het een ontdekking op heterdaad betreft. Dus wanneer een burger  iemand een strafbaar feit ziet plegen, dan ben je bevoegd om die persoon aan te houden, oftewel: een burger arrest.

Lid 4 van hetzelfde artikel bepaalt vervolgens dat je de aangehoudene onverwijld (dus zo spoedig mogelijk) aan een opsporingsambtenaar moet overdragen, welke persoon vervolgens de (hulp)officier van justitie in kennis stelt.

De vraag is wat te doen als een verdachte zich aan jouw arrestatie onttrekt. Omdat je als burger geen opsporingsambtenaar bent, zullen de handelingen van die persoon niet als wederspannigheid (verzet bij aanhouding, artikel 180 Wetboek van Strafrecht) kunnen worden aangemerkt.

Dat maakt echter nog niet dat je niet alles in het redelijke mag doen om ervoor te zorgen dat die persoon bij een opsporingsambtenaar terecht komt, rekening houdende met jouw veiligheid. De grens ligt echter wel bij handboeien, dat is niet geoorloofd.

De overheid heeft het geweldsmonopolie en bij dat monopolie ligt ook het gebruik van handboeien. Het is zelfs zo dat ook opsporingsambtenaren niet in alle gevallen handboeien mogen gebruiken. Alleen wanneer zij hun eigen veiligheid of de veiligheid van anderen anders niet kunnen garanderen, of om vluchtgevaar te voorkomen, mogen zij handboeien gebruiken (artikel 22 van de ambtsinstructie voor opsporingsambtenaren).

Omdat het gebruik van handboeien een behoorlijke inperking van iemands vrijheid betreft, mogen burgers handboeien niet gebruiken. Voor private beveiligingsbedrijven zijn uitzonderingen mogelijk, maar dan is eerst de toestemming van de Minister van Veiligheid en Justitie nodig.

Aan de andere kant is het de vraag wanneer je toch handboeien gebruikt, wat dan het gevolg is. Voor degene die je aanhoudt zal het in ieder geval weinig gevolgen hebben. Je bent immers op dat moment geen onderdeel van de politie en het is maar de vraag of jouw handelen de politie – en het openbaar ministerie in het verlengde – kan worden toegerekend. De aanhouding zal dus niet zonder meer als onrechtmatig worden aangemerkt. Mocht een rechter hier toch toe willen overgaan dan kan hij constateren dat er sprake is van een vormfout in het voorbereidende onderzoek, maar ook dat helpt die verdachte weinig. Waarschijnlijk heeft die verdachte namelijk geen rechtens te respecteren nadeel ondervonden van het gebruik van de handboeien, want was hij aangehouden door een politieagent dan was het waarschijnlijk niet anders verlopen.

Maar pas op: Voor jezelf kan het wel gevolgen hebben! Mocht de verdachte immers letsel hebben opgelopen ten gevolge van (het aanleggen van) de handboeien, dan kan hij aangifte doen van mishandeling. Tot een grote strafzaak zal het wellicht niet komen, maar voorkomen is beter dan genezen. Pas dus op!

Robbert Poort, advocaat bij Dudink & Starink Advocaten

Lees meer

Van erfgrens tot ergernis

In een dichtbevolkt land als Nederland staan de huizen vaak dicht op elkaar. Naaste buren hebben daardoor vaak met elkaar te maken, bijvoorbeeld daar waar het gaat om de inrichting van hun tuin. Het zonder overleg plaatsen van een hek, of het planten van bomen dichtbij de erfgrens leidt nog wel eens tot meningsverschillen of zelfs conflicten zoals je vaak bij de “rijdende rechter” voorbij ziet komen.

De wet geeft in boek 5 van het Burgerlijk Wetboek richtlijnen van wat een buurman wel en niet mag. Zo geeft artikel 5:42 BW bijvoorbeeld aan wat de afstand mag zijn waarop bomen en heggen vanaf de erfafscheiding mogen worden geplant. Het komt geregeld voor een buurman bomen plant, die volgens de wet te dicht op de erfgrens staan. Dat is natuurlijk geen probleem wanneer niemand daar last van heeft, maar als de bomen veel zonlicht tegenhouden of op een andere manier hinder veroorzaken, kan dat uiteindelijk uitmonden in een burenruzie. Dit kan soms zo hoog oplopen dat een klagende buurman uiteindelijk verwijdering van de beplanting vordert, terwijl er ook andere oplossingen denkbaar zijn. De verwijdering wordt dan vaak puur en alleen gevorderd om de ander een hak te zetten. Het “belang” van een zo’n vordering tot verwijdering wordt ook vaak niet duidelijk in de procedure naar voren gebracht, maar men beroept zich “uit principe” puur op de in de wet voorgeschreven afstand.

Tegen een dergelijke, niet onderbouwde vordering tot verwijdering van bomen zijn diverse juridische verweren te voeren, die er geregeld toe leiden dat een dergelijke vordering uiteindelijk door de rechter wordt afgewezen.

De advocaten van Dudink & Starink Advocaten zijn vanuit hun expertise van op de hoogte van het burenrecht. Dat geldt niet alleen voor bomen nabij de erfgrens, maar ook voor conflicten over schuttingen, de hemelwaterafvoer, ramen in een aanbouw die rechtstreeks uitzicht geven op uw tuin etc. Voor zover u een probleem heeft met uw buren; voelt u zich vrij om eens te informeren!

Jan Willem Hijnen/Advocaat

Lees meer

Terugbetalingsbeslissing van ruim € 20.000,- alsnog vernietigd na beroep!

“Een ware nachtmerrie” noemde mevrouw het, de beslissing van de gemeente Katwijk om meer dan € 20.000,- aan ontvangen bijstandsuitkeringen terug te betalen. Mevrouw woonde in Katwijk aan Zee als alleenstaande moeder en ontving een bijstandsuitkering. Omdat zij haar ex-partner nog wel vaak zag in verband met de opvoeding van hun kindje, dacht de gemeente al snel dat zij weer samenwoonden, wat niet het geval was.

Maar voordat mevrouw het wist vorderde de gemeente anderhalf jaar bijstandsuitkering van haar terug omdat zij niet zou hebben doorgegeven een gemeenschappelijke huishouding met haar ex vriend te voeren!

Mevrouw vroeg ons kantoor om hulp en haar advocaat mr. Robbert Poort stelde beroep in bij de bestuursrechter. Al snel wist hij aan te tonen dat het rapport van de gemeente vooral gebaseerd was op onderbuik gevoelens en weinig bewijs bevatte dat er echt sprake was van samenwoning. De rechtbank was het met mr. Poort eens en stuurde de gemeente terug naar de tekentafel. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat mevrouw meer dan € 20.000,- aan ontvangen bijstand niet terug hoefde te betalen.

Beroep instellen kan dan ook zeker lonen! Zit u in een soortgelijke situatie? Laat u dan niet te snel overbluffen door uw gemeente maar neem snel contact op met ons kantoor. Advocaatkosten zijn in zulke zaken immers erg beperkt omdat u een bijstandsuitkering heeft zodat een “pro deo” vergoeding vaak tot de mogelijkheden behoort. Maak dus bezwaar en zoek een advocaat, want ‘instemmen’ is de gemeente verwennen.

Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

De niet-aangehouden verdachte: uitholling van het recht op rechtsbijstand

Ruim acht jaar geleden werd de Turkse minderjarige jongen Yusuf Salduz onder druk gezet door de Turkse politie om een bekennende verklaring af te leggen voor iets waarvan hij zegt het niet gedaan te hebben. Enkele jaren later heeft de hoogste Europese Rechter geconcludeerd dat deze jongen geen eerlijk proces heeft gehad omdat hij het recht had om voorafgaand aan zijn verhoor een advocaat te spreken en omdat hij recht had op een advocaat bij zijn verhoor. De gedachte was toen: als hier vanaf het begin een advocaat bij was geweest, dan was dit nooit gebeurd. En dat is ook zo natuurlijk.

Om die reden heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bepaald dat iedere verdachte het recht heeft op bijstand van een advocaat bij zijn verhoor. In Nederland gaat het echter niet zo snel en al helemaal niet zo uitgebreid! Pas sinds 1 maart 2016 is door de Hoge Raad bepaald dat in bepaalde gevallen je als verdachte het recht hebt om je te laten bijstaan door een advocaat bij het verhoor. Ik schrijf bepaalde gevallen, want in de meeste gevallen is dat recht eerder een wassen neus dan een echt recht.

Waarom is dit recht een wassen neus? Omdat justitie een onderscheid maakt tussen de aangehouden en de niet-aangehouden verdachte en dat is niet te begrijpen. Bij relatief grote zaken of bij zaken waarin je op heterdaad bent betrapt word je als verdachte aangehouden en heb je in zoverre dus recht op een “gratis” advocaat die je kan spreken voor je verhoor bij de politie en deze advocaat kan je ook bijstaan tijdens jouw verhoor. Maar in de meeste gevallen wordt je natuurlijk niet op heterdaad betrapt, zijn het geen grote zaken, maar kleine misverstanden die je als burger moet zien uit te leggen bij de politie. Een grote meerderheid van deze zaken wordt dan ook afgedaan door een verhoor van de niet-aangehouden verdachte en dan mag je alles zelf betalen of loop je een groter risico op een veroordeling door geen advocaat mee te nemen.

Wat gebeurt er dan? Je krijgt een brief waarin je wordt opgeroepen voor verhoor en er wordt doodleuk bij gezet: “u mag op eigen kosten een advocaat meenemen.” Iedereen ziet de dure advocaat tarieven al voor zich en neemt geen advocaat mee. Maar ze vergeten dat die advocaat misschien wel voor een sepot had kunnen zorgen waardoor die geldboete, taakstraf of gevangenisstraf nooit zou zijn opgelegd! De gedachte: “als je onschuldig bent, heb je geen advocaat meer nodig”, is allang niet meer van deze tijd. Het verleden leert nu eenmaal dat ook de politie fouten maakt en vaak niet eens bewust. Een klein detail in uw verklaring dat niet klopt maar waar u het belang niet van in ziet, kan het verschil uitmaken tussen een dagvaarding bij de rechter of een sepot van de zaak.

Wat nu te doen? Krijgt u een brief thuis van de politie met oproep tot verhoor? Bel dan ons kantoor zo snel mogelijk voor advies. Ons kantoor kan contact zoeken met de politie en proberen te regelen dat de advocaatkosten alsnog vergoed worden of, als vanaf het begin al duidelijk is dat u er niets mee te maken heeft, dat alle kosten alsnog worden vergoed als uw zaak geseponeerd wordt. Maar zorg in ieder geval ervoor dat u vooraf het beste juridische advies heeft gekregen!

Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

Rechter beëindigt vervolging in zedenonderzoek

In deze zaak werd cliënt op het politiebureau uitgenodigd voor een gesprek naar aanleiding van een drietal aangiften inzake een zedendelict. Hij werd daarbij uren verhoord conform het zedenprotocol, kreeg daarbij de cautie (mededeling dat hij het recht heeft om te zwijgen) en werd in de gelegenheid gesteld om een raadsman mee te nemen. Na verhoor werd hij weer naar huis gestuurd.

Daarna was het radiostilte en kwam cliënt bij ondergetekende met de vraag wat hem nog boven het hoofd hing? Hierop is contact opgenomen met het OM en daar werd aangegeven dat er niets van deze zaak bekend was en ondergetekende maar moest bellen met het Slachtoffer Informatie Punt (SIP). Snapt u het nog?

Lang verhaal kort; daarna is er een klacht ingediend bij de Hoofdofficier van Justitie bij dit arrondissement en in de daarop volgende reactie van de zaaksofficier werd aangegeven dat er geen sprake zou zijn geweest van een vervolgingshandeling. Dit, omdat de zaak namelijk al was verjaard. Volgt u mij nog?

Iedere strafrechtadvocaat begrijpt natuurlijk gelijk dat het OM met een ‘fishing expedition’ bezig was, maar dat noem je dan een goed gesprek blijkbaar? Er staat op artikel 242 Wetboek van Strafrecht ‘maar’ 12 jaar op dit vergrijp. Dus waar hebben we het over! Een peulenschil, lijkt het wel…

Na zo’n reactie kun je alleen nog maar de rechtbank vragen om op grond van artikel 36 Sv. de zaak als beëindigd te verklaren. Dat deed de rechtbank gelukkig ook.

De rechtbank deed het vervolgens nog netjes, want zij gaf aan dat het haar onduidelijk was wat het doel van het verhoor dan was geweest, anders dan te onderzoeken wat de betrokkenheid van verzoeker bij bedoelde zedenfeiten was geweest.

Dat verzoeker er niet zomaar vanuit kon gaan dat hij na het verhoor van justitie niets meer te vrezen had, staat dan voor de rechtbank niet zonder meer vast.

Op grond van vorenstaande beëindigt de rechtbank de verdenking ter zake van de zedenzaak. Case closed!

U bent geïnformeerd en gewaarschuwd!

Hein Dudink Advocaat

Lees meer

Beëindigingsovereenkomst nu in de wet geregeld.

Als gevolg van gewijzigde wetgeving en de door werkgevers gevoelde onmacht om binnen het huidige systeem een einde te kunnen maken aan een arbeidsovereenkomst, wordt veelal gegrepen naar het middel van de beëindigingsovereenkomst. Werkgever en werknemer sluiten dan een overeenkomst, waarin zij regelen op welke wijze er een einde komt aan de arbeidsovereenkomst en op welke voorwaarden. Dat was al toegelaten, maar is nu ook wettelijk geregeld in art. 7:670b. BW. Uit dat artikel blijkt, dat zo’n overeenkomst alleen maar schriftelijk kan worden gesloten. Heel belangrijk is, dat de werknemer zo’n overeenkomst door een schriftelijke verklaring kan ontbinden binnen 14 dagen na het sluiten ervan.

Veel werkgevers verzuimen zo’n bepaling in de overeenkomst op te nemen, waardoor de reflectietermijn zelfs drie weken wordt.

Voor een werknemer valt onder alle omstandigheden aan te raden vooraf met een eigen advocaat contact op te nemen om de overeenkomst te checken op zaken als de opzegtermijn en het betalen van een minstens met de transitievergoeding overeenkomende afkoopsom. Intimidatie van de zijde van de werkgever in de trant van “nu tekenen, anders enz.” is laakbaar en onder alle omstandigheden zinloos.

Maakt de werknemer geen gebruik van de bezinningstermijn, dan wordt het allemaal een stuk lastiger, want dan zal het aan de werknemer zijn om te bewijzen, dat de overeenkomst is gesloten onder invloed van een wilsgebrek zoals dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden.

Niettemin lukt dat nog wel eens, zoals onlangs bij een werkneemster, die een beëindigingsovereenkomst had gesloten strekkend tot een aanzienlijke vermindering van het haar werkuren, omdat zij meende, dat haar werkgever haar voor die uren wel ziek zou melden, hetgeen niet gebeurde. De kantonrechter oordeelde, dat de werkgever had moeten begrijpen, dat de betreffende werkneemster door bijzondere omstandigheden op het verkeerde been was gezet. Haar wens was weliswaar minder te gaan werken, omdat zij het overeengekomen aantal uren als gevolg van ziekte niet meer aankon, maar de gedachte, dat zij zou worden gecompenseerd door een ziekte wet uitkering, waarover in de overeenkomst niets was vermeld, bleek onjuist, waardoor de gevolgen voor haar toekomstige inkomen dramatisch waren. Kortom, de werkgever had niet mogen bevorderen, dat de werkneemster deze beëindigingsovereenkomst zou sluiten. De kantonrechter vernietigde de beëindigingsovereenkomst overeenkomst op grond van misbruik van omstandigheden, want de werkgever had moeten begrijpen, dat zulke bijzondere omstandigheden aan de zijde van de werkneemster aanwezig waren geweest op het moment van sluiten van de overeenkomst.

Met vriendelijke groet,

Advocaat mr. R.L. Beckers

Lees meer